Indien u niet weet welke indeling te kiezen voor de broncode, zou u wellicht ofwel “3.0 (quilt)” of “3.0 (native)” moeten kiezen. Zie <https://wiki.debian.org/Projects/DebSrc3.0> voor informatie over het in gebruik nemen van deze indelingen binnen Debian.
Een broncodepakket volgens deze indeling bestaat ofwel uit een .orig.tar.gz gekoppeld aan een .diff.gz of één enkele .tar.gz (in dat geval wordt van het pakket gezegd dat het native (eigen - van oorsprong van Debian) is). Optioneel mag bij het originele tar-archief een afzonderlijke handtekening van de toeleveraar .orig.tar.gz.asc gevoegd zijn. De extractie ervan wordt ondersteund sinds dpkg 1.18.5.
Extracting
Een Debian-eigen (native) pakket extraheren is een eenvoudige extractie van het enige tar-archief in de doelmap. Een niet-eigen pakket extraheren bestaat erin eerst het .orig.tar.gz uit te pakken en er dan de patch uit het bestand .diff.gz op toe te passen. Voor alle bestanden waarop een patch toegepast werd, wordt de tijdsaanduiding teruggezet op het tijdstip van extraheren van het broncodepakket (dit vermijdt scheeftrekkingen van de tijdsaanduiding wat tot problemen kan leiden wanneer automatisch gegenereerde bestanden gepatcht worden). Het diff-bestand kan nieuwe bestanden aanmaken (de volledige debian-map wordt op die manier aangemaakt), maar kan geen bestanden verwijderen (lege bestanden blijven achter) en kan geen symbolische koppelingen creëren of wijzigen.
Bouwen
Een Debian-eigen (native) pakket bouwen is gewoon een enkel tar-archief maken met daarin de broncodemap. Een niet-eigen pakket bouwen bestaat uit het extraheren van het originele tar-archief in een aparte map “.orig” en het opnieuw aanmaken van het bestand .diff.gz door de map van het broncodepakket te vergelijken met de .orig-map.
Bouwopties (met --build):
Indien een tweede argument opgegeven wordt dat geen optie is, moet het de naam van de originele broncodemap zijn of van het tar-archief of een lege tekenreeks als het pakket Debian-specifiek is en dus geen diffs bevat in verband met de debianisering. Indien geen tweede argument opgegeven werd, zal dpkg-source zoeken naar het tar-bestand met de originele broncode pakket_toeleveraarsversie.orig.tar.gz of naar de map met de originele broncode map.orig, afhankelijk van de argumenten -sX.
-sa, -sp, -sk, -su en -sr zullen geen bestaande tar-bestanden of -mappen overschrijven. Indien dat wel gewenst wordt, dan moeten in de plaats daarvan -sA, -sP, -sK, -sU en -sR gebruikt worden.
- -sk
- Geeft aan dat verwacht mag worden dat de originele broncode in de vorm van een tar-bestand kan aangetroffen worden, wat standaard pakket_toeleveraarsversie.orig.tar.extensie is. Het zal deze originele broncode als een tar-bestand laten staan of ze naar de huidige map kopiëren als ze zich daar nog niet bevindt. Het tar-archief zal uitgepakt worden in map.orig met het oog op het genereren van het diff-bestand.
- -sp
- Zoals -sk maar dit zal naderhand de map weer verwijderen.
- -su
- Geeft aan dat verwacht mag worden dat de originele broncode in de vorm van een map kan aangetroffen worden, wat standaard pakket-toeleveraarsversie.orig is, en dpkg-source zal er een nieuw archief met de originele broncode mee maken.
- -sr
- Zoals -su, maar het zal die map na gebruik verwijderen.
- -ss
- Geeft aan dat de originele broncode zowel als een map als in de vorm van een tar-bestand te vinden is. dpkg-source zal de map gebruiken om het diff-bestand te creëren, maar het tar-bestand om het .dsc-bestand te maken. Gebruik deze optie met zorg - indien de map en het tar-bestand niet overeenkomen zal er een slecht broncodearchief gegenereerd worden.
- -sn
- Geeft aan dat er niet naar een originele broncode gezocht moet worden en dat er geen diff-bestand aangemaakt moet worden. Als er een tweede argument opgegeven wordt, moet het de lege tekenreeks zijn. Dit wordt gebruikt voor Debian-specifieke pakketten die geen afzonderlijke toeleveraarsbroncode hebben en om die reden ook geen debianiserings-diffs.
- -sa of -sA
- Geeft aan dat naar de originele broncode gezocht moet worden in de vorm van een tar-bestand of een map. Als er een tweede argument opgegeven wordt, mag dat een van die twee zijn of een lege tekenreeks (dit is het equivalent voor het gebruik van -sn). Indien er een tar-bestand gevonden wordt, zal het dat uitpakken om het diff-bestand aan te maken en het daarna verwijderen (dit is het equivalent voor -sp). Indien een map aangetroffen wordt, zal het die inpakken om de originele broncode te creëren en ze vervolgens verwijderen (dit is het equivalent voor -sr). Indien geen van beide gevonden wordt, zal het aannemen dat het pakket geen debianiserings-diffs heeft, maar enkel een eenvoudig broncodearchief (dit is het equivalent voor -sn). Indien beide aangetroffen worden, dan zal dpkg-source de map negeren, en ze overschrijven als -sA opgegeven werd (dit is het equivalent voor -sP) of een foutmelding geven als -sa opgegeven werd. -sa is de standaard.
- --abort-on-upstream-changes
- Het proces mislukt als het gegenereerde diff-bestand wijzigingen aan bestanden buiten de onderliggende debian-map bevat (sinds dpkg 1.15.8). Deze optie is in debian/source/options niet toegestaan, maar ze kan wel gebruikt worden in debian/source/local-options.
Extractieopties (met --extract):
In alle gevallen zal een eventuele bestaande originele broncodeboom verwijderd worden.
- -sp
- Als dit bij het extraheren gebruikt wordt, dan zal het de (eventuele) originele broncode in zijn vorm van tar-bestand laten. Indien dit zich nog niet in de huidige map bevindt, of indien er zich een bestaand maar verschillend bestand bevindt, zal het naar daar gekopieerd worden. (Dit is de standaard).
- -su
- Pakt de originele broncodeboom uit.
- -sn
- Zorgt ervoor dat de originele broncode noch naar de huidige map gekopieerd wordt noch uitgepakt wordt. Een eventuele originele broncodeboom die zich in de huidige map bevond, wordt nog steeds verwijderd.
Al de -sX-opties sluiten elkaar wederzijds uit. Indien u er meer dan één opgeeft, dan zal enkel de laatste gebruikt worden.
- --skip-debianization
- Slaat het toepassen van de debian diff bovenop de broncode van de toeleveraar over (sinds dpkg 1.15.1).
Extraheren wordt sinds dpkg 1.13.9 ondersteund, bouwen sinds dpkg 1.14.8. Ook gekend als wig&pen. Deze indeling wordt niet aangeraden voor massaal gebruik, de indeling “3.0 (quilt)” vervangt ze. Wig&pen was de eerste specificatie van een broncodepakketindeling van de nieuwe generatie.
Het gedrag van deze indeling is hetzelfde als bij de indeling “3.0 (quilt)”, behalve dat het geen gebruik maakt van een expliciete lijst van patches. Alle bestanden in debian/patches/ die beantwoorden aan de reguliere expressie [\w-]+ moeten geldige patches zijn: zij worden op het moment van extraheren toegepast.
Bij het bouwen van een nieuw broncodepakket worden eventuele wijzigingen aan de broncode van de toeleveraar opgeslagen in een patch met als naam zz_debian-diff-auto.
Wordt ondersteund sinds dpkg 1.14.17. Deze indeling is een uitbreiding van de native pakketindeling, zoals gedefinieerd in de indeling 1.0. Ze ondersteunt alle compressiemethodes en negeert standaard eventuele VCS-specifieke bestanden en mappen (bestanden en mappen die verband houden met het versiebeheersysteem) evenals vele tijdelijke bestanden (zie de uitvoer van de optie --help voor de standaardwaarde van de optie -I).
Wordt ondersteund sinds dpkg 1.14.17. Een broncodepakket volgens deze indeling bevat minstens een origineel tar-archief (.orig.tar.ext waarbij ext gz, bz2, lzma en xz kan zijn) en een debian tar-archief (.debian.tar.ext). Het kan ook bijkomende originele tar-archieven bevatten (.orig-component.tar.ext). component mag enkel alfanumerieke tekens (‘a-zA-Z0-9’) en koppeltekens (‘-’) bevatten. Optioneel mag bij elk origineel tar-archief een afzonderlijke handtekening van de toeleveraar (.orig.tar.ext.asc en .orig-component.tar.ext.asc), gevoegd worden. De extractie ervan wordt ondersteund sinds dpkg 1.17.20 en het bouwen sinds dpkg 1.18.5.
Extracting
Eerst wordt het belangrijkste originele tar-archief uitgepakt en nadien worden alle bijkomende originele tar-archieven uitgepakt in onderliggende mappen die genoemd worden naar het component-gedeelte van hun bestandsnaam (een eventuele reeds bestaande map wordt vervangen). Het debian tar-archief wordt bovenop de broncodemap geëxtraheerd nadat eerst een eventuele reeds bestaande debian-map verwijderd werd. Merk op dat het debian tar-archief een onderliggende map debian moet bevatten, maar dat het ook binaire bestanden kan bevatten buiten die map (zie de optie --include-binaries).
Vervolgens worden alle patches toegepast die vermeld zijn in debian/patches/leverancier.series of debian/patches/series, waarbij leverancier de naam is in kleine letters van de huidige leverancier, of debian als geen leverancier gedefinieerd is. Indien het eerste bestand gebruikt wordt en het laatste niet bestaat (of een symbolische koppeling is), dan zal het laatste vervangen worden door een symbolische koppeling naar het eerste. Dit is bedoeld om het gebruik van quilt bij het beheer van het geheel van patches te vereenvoudigen. Leveranciersspecifieke series-bestanden hebben tot doel het serialiseren van meerdere leveranciersgebonden ontwikkelingstakken op een declaratieve manier mogelijk te maken, wat verkieslijker is boven een open codering van deze aanpak in debian/rules. Dit is in het bijzonder nuttig wanneer de broncode voorwaardelijk gepatched moet worden omdat de betrokken bestanden geen ingebouwde ondersteuning hebben voor conditionele occlusie. Merk nochtans op dat hoewel dpkg-source op correcte wijze de ontleding uitvoert van series-bestanden met expliciete opties die gebruikt worden voor het toepassen van patches (op elke regel opgeslagen na de bestandsnaam van de patch en één of meer spaties), het deze opties negeert en steeds patches verwacht die kunnen toegepast worden met de optie -p1 van patch. Het zal dus een waarschuwing geven als het dergelijke opties tegenkomt en het bouwen zal waarschijnlijk mislukken.
Opmerking: indien leveranciers-series-bestanden gebruikt worden, geeft lintian(1) onvoorwaardelijke waarschuwingen als gevolg van een controversieel Debian-specifiek besluit. Extern gebruik zou hierdoor niet getroffen mogen worden. Om dergelijke waarschuwingen het zwijgen op te leggen kunt u het dpkg-profiel van lintian gebruiken door aan lintian(1) de optie «--profile dpkg» mee te geven.
Voor alle bestanden waarop een patch toegepast werd, wordt de tijdsaanduiding teruggezet op het tijdstip van extraheren van het broncodepakket (dit vermijdt scheeftrekkingen van de tijdsaanduiding hetgeen tot problemen kan leiden wanneer automatisch gegenereerde bestanden gepatcht worden).
In tegenstelling tot het standaardgedrag van quilt wordt verwacht dat patches zonder gedoe toegepast kunnen worden. Indien dat niet het geval is, zou u de patches moeten verversen met quilt, anders zal dpkg-source met een foutmelding afbreken terwijl het probeert ze toe te passen.
Analoog aan het standaardgedrag van quilt kunnen patches ook bestanden verwijderen.
Als tijdens het extraheren patches werden toegepast, wordt het bestand .pc/applied-patches aangemaakt.
Bouwen
Alle originele tar-archieven die in de huidige map gevonden worden, worden geëxtraheerd in een tijdelijke map en daarbij wordt dezelfde logica gevolgd als bij het uitpakken. De debian-map wordt naar de tijdelijke map gekopieerd en alle patches worden toegepast, behalve de automatische patch (debian-changes-versie of debian-changes, afhankelijk van --single-debian-patch). De tijdelijke map wordt vergeleken met de map van het broncodepakket. Indien de diff niet leeg is, zal het bouwen mislukken, tenzij --single-debian-patch of --auto-commit gebruikt werden en in dat geval wordt de diff opgeslagen in de automatische patch. Indien de automatische patch aangemaakt/verwijderd wordt, wordt hij toegevoegd aan/verwijderd van het bestand series en van de metadata van quilt.
Een eventuele wijziging aan een binair bestand kan niet weergegeven worden in een diff en zal dus tot een mislukking leiden, tenzij de beheerder bewust besloot dat gewijzigd binair bestand toe te voegen aan het Debian tar-archief (door het op te sommen in debian/source/include-binaries). Het bouwen zal ook mislukken als er binaire bestanden aangetroffen worden in de onderliggende map debian, tenzij dit toegestaan werd via debian/source/include-binaries.
De bijgewerkte map debian en de lijst van gewijzigde binaire bestanden wordt dan gebruikt om het Debian tar-archief te genereren.
De automatisch gegenereerde diff bevat geen wijzigingen aan VCS-specifieke bestanden (d.w.z. bestanden eigen aan het versiebeheersysteem) en aan veel tijdelijke bestanden (kijk in de uitvoer van --help voor de standaardwaarde die met de optie -i) verbonden is. In het bijzonder wordt de map .pc die door quilt gebruikt wordt, genegeerd tijdens het genereren van de automatische patch.
Opmerking: dpkg-source --before-build (en --build) zal ervoor zorgen dat alle patches die in het bestand series opgesomd zijn, toegepast worden, zodat bij het bouwen van een pakket steeds alle patches toegepast zijn. Het doet dit door te zoeken naar niet-toegepaste patches (ze worden opgesomd in het bestand series maar niet in .pc/applied-patches) en indien de eerste patch uit die reeks foutloos toegepast kan worden, zal het ze allemaal toepassen. De optie --no-preparation kan gebruikt worden om dit gedrag uit te schakelen.
Wijzigingen optekenen
- --commit [map] [patchnaam] [patchbestand]
- Genereert een patch in verband met de lokale wijzigingen die niet door het patchsysteem van quilt beheerd worden en integreert die in het patchsysteem onder de naam patchnaam. Indien de naam ontbreekt, zal er interactief om gevraagd worden. Indien patchbestand opgegeven werd, wordt dat gebruikt als de te integreren patch in verband met de lokale wijzigingen. Na de integratie wordt een editor (de eerste die gevonden wordt uit de lijst sensible-editor, $VISUAL, $EDITOR, vi) opgestart, zodat u de meta-informatie in de koptekst van de patch kunt bewerken.
Een patchbestand opgeven is vooral nuttig na een mislukte bouwpoging die dat bestand vooraf aanmaakte. Op grond daarvan wordt dat bestand na integratie verwijderd. Merk ook op dat de wijzigingen die het patch-bestand bevat, reeds toegepast moeten zijn op de boom en dat de bestanden die door de patch aangepast werden geen bijkomende niet-opgetekende wijzigingen mogen bevatten.
Indien het genereren van de patch gewijzigde binaire bestanden opmerkt, zullen die automatisch toegevoegd worden aan debian/source/include-binaries, zodat die terecht komen in het debian tar-archief (exact op dezelfde manier als dpkg-source --include-binaries --build zou doen).
Bouwopties
- --allow-version-of-quilt-db=versie
- dpkg-source toelaten het broncodepakket te bouwen als de versie van de metadata van quilt de opgegeven versie is, zelfs al kent dpkg-source die niet (sinds dpkg 1.15.5.4). Dit zegt effectief dat de opgegeven versie van de quilt-metadata compatibel is met versie 2 die momenteel door dpkg-source ondersteund wordt. De versie van de metadata van quilt wordt opgeslagen in .pc/.version.
- --include-removal
- Verwijderde bestanden niet negeren en ze opnemen in de automatisch gegenereerde patch.
- --include-timestamp
- De tijdsaanduiding toevoegen in de automatisch gegenereerde patch.
- --include-binaries
- Alle gewijzigde binaire bestanden toevoegen aan het debian tar-archief. Ze ook toevoegen in debian/source/include-binaries: in erop volgende bouwactiviteiten zullen ze standaard toegevoegd worden en is deze optie dus niet meer nodig.
- --no-preparation
- Niet proberen de bouwboom voor te bereiden door patches toe te passen die blijkbaar niet toegepast zijn (sinds dpkg 1.14.18).
- --single-debian-patch
- debian/patches/debian-changes gebruiken in plaats van debian/patches/debian-changes-versie voor de naam van de tijdens het bouwen automatisch gegenereerde patch (sinds dpkg 1.15.5.4). Deze optie is in het bijzonder nuttig als het pakket wordt onderhouden in een VCS (versiebeheersysteem) en een reeks patches niet op een betrouwbare manier gegenereerd kan worden. De huidige verschillen (de diff) met de toeleveraarsversie moeten dan eerder in een enkele patch opgeslagen worden. Deze optie wordt geplaatst in debian/source/local-options en gaat samen met een bestand debian/source/local-patch-header waarin uitgelegd wordt hoe de door Debian aangebrachte wijzigingen best herzien kunnen worden, bijvoorbeeld in het versiebeheersysteem dat gebruikt wordt.
- --create-empty-orig
- Automatisch een leeg primair origineel tar-archief creëren als dat ontbreekt en er wel bijkomende originele tar-archieven zijn (sinds dpkg 1.15.6). Deze optie is bedoeld om gebruikt te worden als het broncodepakket slechts een bundel is van samengestelde toegeleverde software zonder een “centraal” programma.
- --no-unapply-patches, --unapply-patches
- Standaard zal dpkg-source de patches uit de uitbreiding (hook) --after-build automatisch terugdraaien als het die tijdens --before-build heeft toegepast (--unapply-patches sinds dpkg 1.15.8, --no-unapply-patches sinds dpkg 1.16.5). Deze opties laten u toe om het proces van automatisch terugdraaien van patches uitdrukkelijk in of uit te schakelen. Deze opties mogen enkel in debian/source/local-options gebruikt worden, zodat alle gegenereerde broncodepakketten standaard hetzelfde gedrag vertonen.
- --abort-on-upstream-changes
- Het proces mislukt als een automatische patch gegenereerd werd (sinds dpkg 1.15.8). Deze optie kan gebruikt worden om te verzekeren dat alle wijzigingen terdege geregistreerd worden in aparte quilt-patches vooraleer het broncodepakket gegenereerd wordt. Deze optie is niet toegestaan in debian/source/options, maar mag gebruikt worden in debian/source/local-options.
- --auto-commit
- Het proces mislukt niet als een automatische patch gegenereerd werd. In de plaats daarvan wordt hij onmiddellijk opgetekend in het bestand series van quilt.
Extractieopties
- --skip-debianization
- Slaat het extraheren van het debian tar-archief bovenop de broncode van de toeleveraar over (sinds dpkg 1.15.1).
- --skip-patches
- Op het einde van de extractie geen patches toepassen (sinds dpkg 1.14.18).
Ondersteund sinds dpkg 1.14.17. Deze indeling is bijzonder. Ze stelt eigenlijk geen echte broncodepakketindeling voor, maar kan gebruikt worden om broncodepakketten met arbitraire bestanden te maken.
Bouwopties
Alle argumenten die geen opties zijn, worden geïnterpreteerd als bestanden die geïntegreerd moeten worden in het gegenereerde broncodepakket. Ze moeten bestaan en zich bij voorkeur in de huidige map bevinden. Tenminste één bestand moet opgegeven worden.
- --target-format=waarde
- Verplicht. Definieert de echte indeling van het gegenereerde broncodepakket. Het gegenereerde .dsc-bestand zal in het veld Format deze waarde bevatten en niet “3.0 (custom)”.
Ondersteund sinds dpkg 1.14.17. Dit is een experimentele indeling.
Een broncodepakket volgens deze indeling bestaat uit een eenvoudige bundeling van een git-depot .git die de broncode van het pakket bevat. Er kan ook een bestand .gitshallow bestaan die de revisies vermeldt van een git shallow clone (een summiere kloon van een git-depot).
Extracting
De bundel wordt gekloond in de doelmap als een git-depot. Als er een bestand gitshallow bestaat, wordt het als .git/shallow geïnstalleerd binnenin het gekloonde git-depot.
Merk op dat standaard het nieuwe depot dezelfde tak zal binnengehaald hebben die binnengehaald was in de originele broncode. (Meestal is dat “main”, maar dat kan om het even wat zijn). Eventuele andere takken zullen beschikbaar zijn onder remotes/origin/.
Bouwen
Vooraleer voort te gaan, worden een aantal controles uitgevoerd om zeker te zijn dat er geen niet-vastgelegde wijzigingen zijn die niet mogen genegeerd worden.
git-bundle(1)EN wordt gebruikt om een bundel te genereren van het git-depot. Standaard worden alle takken en tags uit het depot in de bundel opgenomen.
Bouwopties
- --git-ref=ref
- Laat toe om een git-referentie op te geven die in de git-bundel opgenomen moet worden. Daar gebruik van maken schakelt het standaardgedrag om alle takken en tags op te nemen, uit. Kan meermaals vermeld worden. De referentie kan de naam van een tak of een tag zijn die opgenomen moet worden. Het kan ook een parameter zijn die doorgegeven kan worden aan git-rev-list(1)EN. Gebruik bijvoorbeeld --git-ref=main om enkel de hoofdtak op te nemen. Om alle takken en tags, behalve de tak persoonlijk op te nemen, gebruikt u --git-ref=--all --git-ref=^persoonlijk
- --git-depth=aantal
- Creëert een summiere (shallow) kloon met een geschiedenis die afgekapt werd bij het opgegeven aantal revisies.
Ondersteund sinds dpkg 1.14.17. Dit is een experimentele indeling. Ze genereert één enkel tar-archief met daarin het bzr-depot.
Extracting
Het tar-archief wordt uitgepakt en daarna wordt bzr gebruikt om een werkkopie van de huidige tak te maken.
Bouwen
Vooraleer voort te gaan, worden een aantal controles uitgevoerd om zeker te zijn dat er geen niet-vastgelegde wijzigingen zijn die niet mogen genegeerd worden.
Daarna wordt het versiebeheerspecifieke deel van de broncodemap gekopieerd naar een tijdelijke map. Vooraleer deze tijdelijke map in een tar-archief ingepakt wordt, worden verschillende opruimtaken verricht om plaats te winnen.
Dit bestand bevat op één enkele regel de indeling die gebruikt moet worden om het broncodepakket te bouwen (mogelijke indelingen werden hierboven beschreven). Voorafgaande of nakomende witruimte is niet toegelaten.
Dit bestand bevat een lijst van padnamen van binaire bestanden (één per regel) relatief ten opzichte van de broncodebasismap, welke opgenomen moeten worden in het debian tar-archief. Voorafgaande of nakomende spaties worden gestript. Regels die beginnen met ‘#’ zijn commentaar en worden overgeslagen. Lege regels worden genegeerd.
Dit bestand bevat een lijst met lange opties die automatisch voorgevoegd moeten worden aan de reeks commandoregelopties die gebruikt worden bij het inroepen van het commando dpkg-source --build of dpkg-source --print-format. Opties zoals --compression en --compression-level zijn zeer geschikt voor dit bestand.
Elke optie moet op een aparte regel geplaatst worden. Lege regels en regels die beginnen met ‘#’ worden genegeerd. De ‘--’ vooraan moeten weggelaten worden en korte opties zijn niet toegelaten. Facultatieve witruimte rond het symbool ‘=’ en facultatieve aanhalingstekens rond de waarde zijn toegelaten. Hierna volgt een voorbeeld van een dergelijk bestand:
# laat dpkg-source een bestand debian.tar.bz2 aanmaken met maximale compressie
compression = "bzip2"
compression-level = 9
# gebruik debian/patches/debian-changes als automatische patch
single-debian-patch
# negeer wijzigingen aan config.{sub,guess}
extend-diff-ignore = "(^|/)(config.sub|config.guess)$" Opmerking: format-opties worden niet aanvaard in dit bestand. U moet daarvoor eerder debian/source/format gebruiken.
Precies zoals debian/source/options, behalve dat het bestand niet opgenomen wordt in het gegenereerde broncodepakket. Dit kan nuttig zijn om een voorkeur op te slaan die eigen is aan de beheerder of aan een bepaald depot van een versiebeheersysteem waarin het pakket onderhouden wordt.
Vrij opgemaakte tekst die geplaatst wordt bovenaan de automatische patch die gegenereerd wordt bij de indelingen “2.0” en “3.0 (quilt)”. local-patch-header wordt niet toegevoegd aan het gegenereerde broncodepakket, terwijl dat met patch-header wel het geval is.
Dit bestand somt alle patches op die toegepast moeten worden (in de opgegeven volgorde) bovenop het broncodepakket van de toeleveraar. Spaties vooraan en achteraan worden weggehaald. leverancier is de naam in kleine letters van de huidige leverancier of debian als geen leverancier gedefinieerd werd. Indien het leveranciersspecifieke series-bestand niet bestaat, zal het leveranciersloze series-bestand gebruikt worden. Regels die beginnen met ‘#’ zijn commentaar en worden overgeslagen. Lege regels worden genegeerd. De overige regels beginnen met de bestandsnaam van een patch (relatief ten opzichte van de map debian/patches/) tot aan de eerste spatie of het einde van de regel. Facultatieve quilt-opties kunnen daarna komen tot aan het einde van de regel of tot aan het eerste ‘#’-teken dat voorafgegaan wordt door één of meer spaties (hetgeen het begin van een commentaarstuk aangeeft dat doorloopt tot het einde van de regel).